Biblio | Letselschade | Familierecht |Incasso | HelpDeskRecht | Coördinaten | Links | Start


Studentenarbeid (2)

Nadat we in het eerste deel dieper in gingen op de studentenovereenkomst zelf (wie mag ze afsluiten, hoe wordt de overeenkomst best opgesteld en wat als de student ziek is of een arbeidsongeval heeft), bespreken we in deze tweede aflevering het beëindigen van de overeenkomst, het loon van de student en de arbeidsduur. De beëindiging van de studentenovereenkomst De studentenovereenkomst moet steeds de begin- en einddatum vermelden. De overeenkomst neemt automatisch een einde bij het verstrijken van deze termijn. De studentenovereenkomst kan ook in de loop van de overeenkomst beëindigd worden. Een studentencontract kan steeds beëindigd worden in onderling akkoord. Ingeval van een éénzijdige beëindiging gelden volgende regels.

  • Tijdens de proefperiode
    Tijdens de eerste zeven dagen van de proefperiode kan de overeenkomst niet éénzijdig beëindigd worden, tenzij om dringende redenen. De partij die de overeenkomst toch beëindigt in deze periode, is een opzeggingsvergoeding verschuldigd gelijk aan het loon van de resterende dagen van de minimumduur van de proefperiode. Vanaf de achtste dag tot het einde van de proefperiode, kan de overeenkomst onmiddellijk worden beëindigd. Er dient in dat geval geen opzeggingstermijn te worden nageleefd of een vergoeding te worden betaald.
  • Na de proefperiode
    Indien de studentenovereenkomst wordt beëindigd na de proefperiode gelden de volgende opzeggingstermijnen :
Duur van de overeenkomst Opzegging door de werkgever Opzegging door de student

tot 1 maand
meer dan 1 maand

3 dagen
7 dagen

1 dag
3 dagen

De opzegging moet schriftelijk gebeuren. De werkgever dient de opzeggingstermijn te betekenen met een aangetekend schrijven of met een deurwaardersexploot. De student kan de opzeggingsbrief ook overhandigen aan de werkgever. Een aangetekende brief heeft slechts uitwerking de derde werkdag na datum van verzending.
De opzeggingsbrief dient steeds de ingangsdatum en de duur van de opzeggingstermijn te vermelden.
De opzeggingstermijn begint te lopen op de maandag volgend op de week waarin de opzeggingstermijn werd betekend.

Een studentenovereenkomst kan ook verbroken worden.

  • Beëindiging in geval van ziekte of ongeval
    De wetgeving voorziet uitdrukkelijk dat de werkgever een einde kan stellen aan de studentenovereenkomst indien de student langer dan 7 kalenderdagen arbeidsongeschikt is wegens ziekte of ongeval. Er dient dan een opzeggingsvergoeding betaald te worden gelijk aan de duur van de opzeggingstermijn, of het nog te lopen deel van de opzeggingstermijn.
  • Beëindiging als sanctie van het niet vervullen van formaliteiten
    Wanneer er geen schriftelijke overeenkomst werd opgemaakt of deze niet alle verplichte vermeldingen bevat of ingeval er geen afschrift werd verstuurd naar de Inspectie van Sociale Wetten, kan de student steeds de overeenkomst zonder opzegging en zonder vergoeding beëindigen. De werkgever moet, indien voorgaande formaliteiten niet werden vervuld, de gewone opzeggingstermijnen voor een contract van onbepaalde duur naleven.

Het loon van de student

Als algemeen principe geldt dat de student aanspraak maakt op hetzelfde loon als andere werknemers in de onderneming die tot dezelfde categorie behoren, rekening houdend met de beroepskwalificatie en de leeftijd. Om het loon van de student te bepalen, moet men in eerste instantie kijken naar het loon dat bij collectieve arbeidsovereenkomst is vastgelegd in de sector waar de student werkt of de bedrijfsbarema's. Het kan zijn dat de sector een specifiek baremaloon of eventueel degressiviteitspercentages voorziet voor studenten of jongeren. Indien deze niet bepaald zijn en de sector voorziet wel een gewaarborgd minimummaandinkomen voor 21-jarigen, dient dit te woren toegepast voor de +21-jarigen. Voor de -21jarigen worden op dit loon volgende percentages toegepast :

Leeftijd Percentage

20 jaar
19 jaar
18 jaar
17 jaar

16 jaar en jonger

94%
88%
82%
76%

70%

Deze percentages moeten evenwel enkel worden toegepast voor studenten die minstens één maand werken. Voor degenen die minder dan één maand werken, is niets voorzien. Indien er binnen de sector geen specifieke loonregeling is voorzien, heeft de student recht op een percentage van het gewaarborgd minimumloon, als hij tenminste één maand is tewerkgesteld.

Leeftijd Percentage Maandloon uurloon
39u/week
Uurloon
38u/week

21 jaar
20 jaar
19 jaar
18 jaar
17 jaar

16 jaar

100%
94%
88%
82%
76%

70%

44.208 fr.
41.556 fr.
38.903 fr.
36.251 fr.
33.598 fr.

30.946 fr.

261,59 fr.
245,89 fr.
230,20 fr.
214,50 fr.
198,81 fr.

183,11 fr.

268,47 fr.
252,36 fr.
236,25 fr.
220,15 fr.
204,04 fr.

187,93 fr

De arbeidsduur

In principe geldt voor de student dezelfde wekelijkse arbeidsduur als voor de andere werknemers. In de arbeidswet werden een aantal specifieke bepalingen opgenomen voor jeugdige werknemers beneden 18 jaar. Er wordt onder andere voorzien dat zij na vier en een half uur werken een rustpauze moeten krijgen van een half uur. Werken zij meer dan 6 uur per dag, dan geldt een rustpauze van één uur, waarvan een half uur aaneengesloten moet worden genomen. Andere bepalingen die specifiek werden uitgewerkt gaan over arbeidsduur, nachtarbeid, overwerk, ... De duur van elke werkperiode mag niet korter zijn dan drie uren. In verband met de deeltijdse arbeidsovereenkomsten geldt het principe dat de wekelijkse arbeidsduur niet lager mag zijn dan één derde van de voltijdse arbeidsduur. Op deze principes werd een uitzondering geformuleerd voor studenten die vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen. Voor hen gelden deze minimumarbeidsduurgrenzen niet.

Wordt vervolgd.

Artikel werd geschreven door SD WORX en gepubliceerd in 'Antwerpen Positief'.
Voor meer info over deze krant -redactioneel of publicitair- kan u de redactie contacteren op
014/233 596 of per e-mail antwerpen.positief@kempenland.be


(c)1999-2010 Ward Van Loo
Webproject Verbrugghe Consulting