Archive for Burgerlijk Recht

Huwelijkscontract; welke regeling kiezen?

De beroepsactiviteit van echtgenoten en de erfopvolging in bedrijven wordt beïnvloed door de keuze van het huwelijksgoederen stelsel.

Het is dus van belang om een goede huwelijksregeling te kiezen. Bijvoorbeeld scheiding van goederen. Anderen kiezen gewoon voor het wettelijk stelsel, zoals het in de wet is opgenomen. Het is van belang om in een huwelijkscontract bepaalde bedingen op te nemen.

Hoe kan het vermogen van de echtgenoot worden beschermd? Of hoe dient het vermogen van de partner of het gemeenschappelijk vermogen te worden beheerd?

In bepaalde omstandigheden kan iemand die failliet is gegaan zijn huwelijkscontract wijzigen. Na het huwelijk kan het huwelijkscontract ook worden gewijzigd.

Sinds de recente nieuwe wetgeving kan het huwelijksgoed en het stelsel, dus het contract tijdens het huwelijk, worden gewijzigd.

Hierna volgen enkele tips :

Iedere echtgenoot heeft het recht een beroep uit te oefenen zonder de instemming van de andere echtgenoot. Indien de partner van oordeel is dat hieraan een ernstig nadeel is verbonden voor de belangen van de minderjarige kinderen, heeft die partner het recht om zich tot de Rechtbank te wenden. Deze kan de uitoefening van het beroep afhankelijk stellen van een voorafgaande wijziging van het huwelijksvermogenstelsel.

De echtgenoot die een beroep uitoefent verricht alle daartoe noodzakelijke bestuurs-handelingen alleen. Wanneer beiden samen een beroep uitoefenen is beider medewerking vereist voor alle handelingen, behalve die van beheer.

De ene echtgenoot mag in zijn beroepsbetrekking de naam van de andere alleen met diens instemming gebruiken. Tegen intrekking kan de echtgenoot opkomen bij de Rechtbank.

Ongeacht het huwelijksstelsel kan ieder echtgenoot, zonder instemming van de andere, op zijn naam een depositorekening voor geld of effecten doen openen. Hij kan een brandkast huren.

Enkel die echtgenoot krijgt toegang tot de depositorekening of de safe.

De andere echtgenoot kan zich tot de Vrederechter wenden om in het kader van dringende en voorlopige maatregelen toelating te bekomen tot: blokkering van bankrekening, afhouding van gelden als alimentatie.

De ene echtgenoot kan tegen de andere mits tussenkomst van de Rechtbank bekomen: nietigverklaring van handelingen met bedrieglijke benadeling van zijn of haar rechten.

Bij de Rechtbank kan ook worden gevraagd dat de bestuursbevoegdheid wordt ontnomen van een partner die in de fout gaat. Bijvoorbeeld ongeschiktheid in het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen. Zowel het eigen vermogen als het gemeenschappelijk vermogen. Of ook wanneer de belangen van het gezin in gevaar worden gebracht.

Iedere echtgenoot heeft het recht alleen zijn inkomsten te ontvangen en in principe kan hij ook niet deze van zijn mede-echtgenoot in ontvangst nemen. Welk ook de herkomst van de inkomsten mogen zijn: beroepsinkomsten of inkomsten uit belegd kapitaal, verhuring.

Als er een overschot aan inkomsten is, dan zal het onderworpen zijn aan de bepalingen van het huwelijkscontract tussen de echtgenoten. Hebben deze voor een gemeenschapsstelsel gekozen, dan zal dit overschot aan inkomsten in de gemeenschap vallen. Hebben de echtgenoten een contract van zuivere scheiding afgesloten, dan blijft dit deel hun persoonlijk toebehoren.

Het is de echtgenoten niet toegestaan hun inkomsten naar goeddunken uit te geven. De wetgever heeft dit vastgelegd, samengevat als volgt: – iedere echtgenoot ontvangt zijn inkomsten alleen en besteedt ze bij voorrang aan zijn bijdrage in de lasten van het huwelijk; – hetgeen overblijft kan besteed worden aan de aanschaf van goederen nodig voor de uitoefening van het beroep; deze goederen vallen onder het stelsel van het stelsel van uitsluitend beheer.

Patrimoniumvennootschap:

Indien een echtgenoot aanzienlijke inkomsten ontvangt of grote verplichtingen heeft tegenover derden (afbetaling bank, risico’s, schulden) is het aangewezen om de oprichting van een zogenaamde patrimoniumvennootschap in overweging te nemen. Op die wijze kan gemeenschappelijk bezit worden gereserveerd.

Als een naamloze vennootschap wordt opgericht kan na verloop van tijd worden gezorgd dat de aandelen aan toonder zijn. In een naamloze vennootschap zijn die aandelen dan na een bepaalde termijn verhandelbaar, weg te beren zoals bv. geldbiljetten waar geen naam op staat.

De zelfstandige handelaar kijkt best na of bij de inschrijving in het handelsregister zeker het volgende in orde werd gebracht. Als er een huwelijkscontract zou zijn opgesteld moet een uittreksel gevoegd worden bij de inschrijving in het handelsregister. De handelaar die dat nalaat wordt verplicht de schade te vergoeden die derden door niet bekendmaking zouden lijden. Bv. in geval van faillissement stelt hij zich bloot aan een veroordeling tot eenvoudige bankbreuk.

Besluit: Het wettelijk stelsel is het geheel van bepalingen betreffende de goederen en geldelijke verhoudingen der echtgenoten dat van toepassing is wanneer geen huwelijkscontract werd gemaakt.

Nadeel: Bij een eventueel faillissement wordt naast het eigen vermogen van de handeldrijvende echtgenoot ook het gemeenschappelijk vermogen aangesproken. Het globale bezit van de echtgenoten wordt namelijk belast met alle aangegane schulden.

Scheiding van goederen:

Voordeel: Elk van de echtgenoten is individueel aansprakelijk voor de schulden die de goederen belasten. Eén van beiden kan dus niet het vermogen van zijn partner aanspreken, tenzij het gaat om gemeenschappelijk aangegane schulden.

Voor zelfstandigen is het belangrijk de gevolgen van de huwelijksstelsels grondig na te gaan bij een advocaat.

De rechter kan een contractuele schadevergoeding verminderen of annuleren

Sinds recente wijziging van het Burgerlijk Wetboek mag de rechter die zich over een geschil moet uitspreken voortaan het bedrag van de schadevergoeding in bepaalde omstandigheden verlagen:
a) De ene partij voert de overeenkomst niet uit (bv. betaalt niet); dan kan de Rechter oordelen dat de som die de verkoper vooropstelt, overdreven is. De rechtbank kan een lager bedrag uitspreken, dus ook al staat in het contract een hoger bedrag.

b) Vergoeding voor het niet tijdig uitvoeren van de overeenkomst: als de rechter oordeelt dat de som van het contract hoger ligt dan de werkelijke schade.

Het minimum waartoe de nalatige partij wel kan worden veroordeeld is de wettelijke intrestvoet.

In vele contracten zijn strafbedingen opgenomen voor het geval de consument van de aankoop afziet of niet tijdig betaalt. Voortaan zijn de handelaars beperkt in de schadevergoeding die ze als sanctie opleggen.

Juridische aspecten van handtekeningen via de computer

Bij handel via internet stelt zich de vraag of men kan vertrouwen op een elektronische handtekening. Heeft dit dezelfde waarde als een gewone handgeschreven handtekening ?

In e-commerce moet men de authenticiteit en de integriteit van een bericht kunnen controleren. Iedereen kan dus bedrieglijk een identiteit aannemen. Om te kunnen garanderen dat de ondertekenaar werkelijk die persoon is wordt gebruik gemaakt van certificaten.

De ontvanger van het ondertekend bericht kan de identiteit van de ondertekenaar nagaan. Het is als het ware een sleutel.

In dit kort bestek wordt nu ingegaan hoe juist wordt gewerkt met certificaten. Er moet ook een verschil worden gemaakt tussen de elektronische handtekening en de digitale handtekening.

Is het sluiten van een overeenkomst via internet “afdwingbaar”?

Burgerlijke aangelegenheden

Rechtshandelingen van meer dan 15.000 frank: In geval van betwisting kan geen ondertekend schriftelijk bewijs worden voorgelegd. Er is geen oplossing.

Rechtshandelingen met een waarde van minder dan 15.000 frank: In geval van betwisting kan de overeenkomst worden bewezen met elektronische post.

Over de bewijswaarde van het rechtsmiddel, bv. een e-mail kan de rechter eigenmachtig beslissen. Zo kan de rechter bv. stellen dat het risico dat de inhoud van de e-mail elders werd ontvangen klein is.

Een elektronisch bewijsmiddel is dus toegelaten.

Handelsrechtelijke verbintenissen

Het Wetboek van Koophandel stelt dat alle bewijsmiddelen zijn toegelaten. Tussen handelaars kunnen elektronische gegevens worden uitgespeeld.

De rechter interpreteert steeds en zal in de meeste gevallen wensen dat een contractuele verbintenis met briefwisseling of geschreven stuk wordt bevestigd. Correspondentie langs internet heeft dus bewijswaarde.

Twee handelaars kunnen in hun contractuele relatie op voorhand overeenkomen dat communicaties via internet gelijkwaardig zullen zijn als geschreven documenten. Zij kunnen dus in hun handeldrijven een apart bewijssysteem overeenkomen, nl. dat zij al dan niet zullen inroepen dat bestellingen via internet van partij A tot partij B verbindend zullen zijn. Volgens het Wetboek van Koophandel kunnen zij dus op voorhand overeenkomen dat ze andere bewijsmiddelen zullen hanteren dan wat in het Burgerlijk Wetboek is voorzien.

Kortom elektronische post kan dus geldig zijn als een contract.

Co-ouderschap, niet nieuw en toch …

De wet op het co-ouderschap van 13 april 1995, in voege sinds 3 juni 1995, bepaalt de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, ook voor die ouders die niet samenleven. Deze laatsten denken dat co-ouderschap onmogelijk is, omdat ze oordelen dat het beter is samen te blijven. Maar de taak van de ouders is anders dan wanneer ze samen wonen.

Co-ouderschap bevat een aantal misverstanden. Dikwijls gist men er naar waarover het gaat en de meesten opteren dan voor het hoede- en bezoekrecht. Ze kennen de voordel van het co-ouderschap niet. Kinderen mogen niet de dupe worden bij een echtscheiding. De advocaat is in, dit geval de beste hulp. Hij verstrekt informatie omtrent een afwisselend verblijf van de kinderen bij één van de ouders. Hou er rekening mee dat kleine kinderen niet te lang gescheiden worden van hun respectievelijke ouders. Om een degelijke oplossing uit te werken, onderzoekt men de positie van ouders én kind. De leeftijd van de kinderen kan een reden betekenen tot het herzien van de regeling. Belangrijk om weten is dat bij het co-ouderschap de beide ouders hun opdrachten vervullen zoals ze dat deden vóór de scheiding.

Tweeledig

Het co-ouderschap is tweeledig; enerzijds blijven de ouders verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen en anderzijds is een regeling uitgewerkt voor de kinderen, waarbij ouders én kinderen zich goed voelen. In de uitoefening van het co-ouderschap moet u afspreken rond o.a. opvoeding, schoolkeuze, ontspanningsmogelijkheden; inzake de verblijfsregeling dient de aandacht te gaan naar o.a. de bijzondere schooldagen, afspraken tijdens het schooljaar, reizen in binnen- en buitenland, wat bij ziekte van het kind. Voor de kinderen een zuivere fity-fiftyregeling uitwerken, kan niet omdat men rekening moet houden met de hun leeftijd.

Kiezen voor de kinderen

Met het co-ouderschap kiest u voor de kinderen en zet u een punt achter het samenzijn met uw partner. Ouders zijn gehouden aan wederzijds begrip, respect en vertrouwen voor elkaar. De kinderen blijven loyaal aan beide ouders als deze een nieuwe partner hebben. Kinderen moeten geen keuze maken. Hou er rekening mee dat kinderen veel moeten verhuizen als zij van de ene ouder naar de andere gaan. Co-ouderschap is positief voor de kinderen omdat ze vaststellen dat een scheiding ook betere oplossingen inhoudt voor hen.

Fietsers en voetgangers: zwakke weggebruikers

Worden zwakke weggebruikers altijd vergoed? Sinds 1 juli 1995 is een meer voordelige regeling van kracht voor alle weggebruikers die zelf geen bestuurder zijn van een motorrijtuig maar wel lichamelijke schade lijden door een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig is betrokken. Wie hierdoor schade opliep, moet nu automatisch worden vergoed door de aansprakelijkheidsverzekeraar van het bij het ongeval betrokken motorrijtuig en dit zonder dat een fout moet bewezen worden in hoofde van eigenaar of bestuurder van dat rijtuig.

Deze automatische vergoeding vervalt als enkel de schadelijder zelf ouder is dan 14 jaar en zich schuldig maakte aan een onverschoonbare fout. Materiële schade Artikel 1382 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat elke daad door de mens gesteld en waardoor schade aan een ander wordt veroorzaakt, degene die de schade veroorzaakte, verplicht is deze te vergoeden. Er gelden drie belangrijke voorwaarden :

1. er moet een fout van iemand anders zijn;
2. er moet schade zijn;
3. er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen de fout en de schade.

Bij het ontbreken van één van deze drie elementen, is het onmogelijk om een schadevergoeding te bekomen. Fout aantonen Eerst moet worden aangetoond of het gedrag het ongeval veroorzaakte of verergerde. Als fout wordt aangezien : een inbreuk op de wegcode of een verregaande onachtzaamheid. Een fout aantonen, is niet eenvoudig. Een proces-verbaal kan een belangrijk voordeel geven in de bewijsvoering. De strafrechter oordeelt over vervolging. Het opmaken van een pv kan aanleiding geven tot het betalen van een boete, daarmee kreeg u als slachtoffer uw eigen schade nog niet vergoed. U moet zich als slachtoffer nog burgerlijke partij stellen voor de strafrechtbank. Zonder pv, geen strafrechtelijke vervolging. Het is belangrijk om direct na het ongeval voor een proces-verbaal te zorgen. Schade De schadelijder heeft recht op volgende vergoedingen :

  • totaal verlies van de wagen : vergoeding van de volledige waarde van het voertuig net vóór het ongeval, inclusief BTW; depannagekosten, administratieve kosten, vergoeding voor elke dag dat men zijn voertuig moet missen (meestal de periode tussen het ongeval en de dag van de expertise die de wagen ‘total loss’ zal verklaren), het huren van een vervangvoertuig en de stallingkosten bij een garagist;
  • het voertuig is herstelbaar : herstelkosten, BTW inbegrepen, ook als men het voertuig niet herstelt; vergoeding voor elke dag dat men zijn wagen moet missen, vanaf de dag van het ongeval tot op de dag van de expertise, vermeerderd met de dagen dat het voertuig in herstelling is, overbouwkosten, accessoires, depannagekosten, stallingskosten, huurprijs vervangingswagen.

Win eerst advies in van uw raadsman of uw rechtsbijstandsverzekeraar. Teken nooit een expertiseverslag waaraan u twijfelt of als u slecht bent geïnformeerd. Bij discussie over expertises kan u zelf een onafhankelijk voertuigdeskundige contacteren voor een tegenexpertise. Bereiken beide experten geen akkoord, dan beslist de rechtbank en dient u een advocaat aan te spreken. De kosten hiervan worden in regel door de rechtsbijstandsverzekering gedragen. Teken nooit een wrakafstand als de tegenexpertise nog moet gebeuren. Kosten toont u aan met een voor voldane factuur.

Wie betaalt?

Diegene die aansprakelijk wordt gesteld, dient de schade te betalen. Als u een wagen bezit, bent u verplicht verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid. Bij kleine ongevallen met duidelijke aansprakelijkheid gebeurt de betaling vrij snel. Indien u een raadsman contacteerde, staat hij in voor de verdere afwikkeling. Alhoewel zwakke weggebruikers als slachtoffer van een verkeersongeval automatisch worden vergoed voor lichamelijke schade, geldt deze regel niet voor de stoffelijke schade. De aansprakelijkheid van de voertuigbestuurder moet worden aangetoond. De tegenpartij is niet verzekerd In dit geval, zal u mogelijk uw schadevergoeding niet krijgen. U vraagt best een vonnis aan de rechtbank en laat dit via een gerechtsdeurwaarder uitvoeren. Het is raadzaam na te kijken of u een rechtsbijstandsverzekering heeft die het risico van onvermogende aansprakelijkheid dekt. U kan dan het u toekomende bedrag toch nog ontvangen. Bij dergelijk verkeersongeval kan u het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds aanspreken. Dit organisme, gefinancierd door de verkeringsmaatschappijen, vergoedt u onder bepaalde voorwaarden :

  • indien het voertuig dat het ongeval veroorzaakte, niet geïdentificeerd is, is enkel een vergoeding voor lichamelijke schade mogelijk;
  • indien de identiteit gekend is maar de verzekering van de veroorzaker niet in orde of niet bestaande, kan een vergoeding voor lichamelijke én stoffelijke schade gevraagd worden;
  • hetzelfde geldt voor onvoorziene omstandigheden of toevallige feiten. De aanvraag aan voornoemd Fonds dient in principe te geschieden binnen de drie jaar die volgen op het ongeval. Bij lichamelijke schade doet u eveneens aangifte bij politie of rijkswacht binnen de 30 dagen.

Gerechtskosten

De bijstand van advocaat, gerechtelijke procedure, expertises, dit alles is kosteloos als u een rechtsbijstandsverzekering afsloot. Lees uw polis na; de risico’s die gedekt zijn, worden uitdrukkelijk vermeld. Kan de verzekering tussenkomsten weigeren of terugeisen? Indien u aansprakelijk bent voor een ongeval kan de schadevergoeding, die aan de slachtoffers (derden) werd uitbetaald, van u worden teruggevorderd. Dit kan in bv. volgende situaties : valse verklaringen, opzettelijk veroorzaakte ongevallen, rijden onder invloed, als de wagen niet werd aangeboden in een keuringsstation, verzekeringspremie werd niet betaald, de bestuurder is nog geen 18 jaar, de bestuurder werd veroordeeld tot rijverbod.

Medische expertise bij lichamelijke schade. Hoe gebeurt het en wat is van belang?

Indien men het slachtoffer wordt van lichamelijke schade is het zeer belangrijk dat men tot een vaststelling komt op het vlak vande werkelijk geleden schade. Dit belang situeert zich vooral op het vlak van de latere bewijsvoering, die ten laste valt van het slachtoffer, en het eventueel verkrijgen van een schadevergoeding. Indien er geen vaststelling gebeurt loopt men het risico om zijn rechten op schadevergoeding geheel of gedeeltelijk te verliezen.

Het slachtoffer zal het initiatief moeten nemen om tot schadevaststelling te komen, al dan niet met medewerking van de tegenpartij. Indien de partijen tot een akkoord kunnen komen kan men overgaan tot een zogenaamde minnelijke schadevaststelling. Indien dit echter niet het geval blijkt te zijn zal men zijn toevlucht dienen te nemen tot een gerechtelijke expertise. Dit wil zeggen dat de rechter geen (medisch) deskundige kan aanstellen om vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Om het beoogde doel te bereiken spreekt het vanzelf dat dergelijke maatregel zo spoedig mogelijk dient te gebeuren.

Bij heel deze problematiek dient men er steeds rekening mee te houden dat de belangen van partijen tegenstrijdig zijn. Het slachtoffer wenst een zo ruim mogelijke vergoeding te krijgen, terwijl de tegenpartij steeds zal trachten de schade te minimaliseren.

Info verkeerswet: onderwerpen intrekking rijbewijs en verkeersagressie

A: onmiddellijke intrekking van het rijbewijs (ter plaatse)

Veel mensen stellen ons de vraag in welke omstandigheden een rijbewijs ter plaatse kan ingetrokken worden. In dit verband moeten we verwijzen naar een gedetailleerde richtlijn die de ex-Minister van justitie Tony van Parys in 1998 heeft uitgewerkt. Deze richtlijn is nog steeds actueel en alle politiediensten en parketten moeten zich hiernaar schikken. Het streeft een eenvormigheid na inzake de beslissing van intrekking van het rijbewijs en de duur ervan. In geval van bepaalde zware overtredingen zijn de politiemensen verplicht om de Procureur des Konings te raadplegen. Deze laatste geeft het bevel om het rijbewijs onmiddellijk in te trekken. Samenvatting van overtredingen waarbij het rijbewijs ter plaatse wordt ingetrokken:

  • rijden onder invloed van alcohol;
  • vluchtmisdrijf na een ongeval;
  • verkeersongeval te wijten aan een zware fout (niet gelijkgesteld met zware overtreding);
  • rijden indien men ontzegd is van het recht tot sturen;
  • zware snelheidsovertredingen;
  • op een autoweg gebruik maken van een dwarsverbinding of rechtsomkeer maken;
  • andere zware overtredingen waarbij andere weggebruikers ernstig in gevaar gebracht werden;
  • het bij zich hebben van apparatuur of middelen die de opsporing van misdrijven tegenwerkt

In geval van snelheidsovertredingen moet het rijbewijs ingetrokken worden in volgende gevallen:

  • ongeacht de omstandigheden en de aard van de weg:
  • met meer dan 20km/u voor voertuigen en slepen met MTM van meer dan 7,5 ton, alsook voor autobussen en autocars;
  • met meer dan 40km/u voor andere voertuigen.
  • in de bebouwde kom:
  • met meer dan 10km/u voor voertuigen en slepen met MTM van meer dan 7,5 ton, alsook voor autobussen en autocars;
  • met meer dan 30km/u voor andere voertuigen.
  • in zone 30 aangegeven door het verkeersbord F 4a (waarin het verkeersbord C 43 is opgenomen) alsook op plaatsen die vaak door kinderen worden bezocht en die zijn aangegeven door het verkeersbord A 23, of, ongeacht de aard van de weg, wanneer de klimatologische omstandigheden uitermate ongunstig zijn en de zichtbaarheid beneden 100 meter is gedaald, te weten bij mist of sneeuwval bij sterke regenval: met meer dan 10 km/u voor voertuigen en slepen met MTM van 7,5 ton, alsook voor voor autocars; met meer dan 20km/u voor anderen voertuigen.

B: verkeersagressie:

We werden er allemaal al mee geconfronteerd: bumperrijders, achterliggers met knipperende lichten, omhooggestoken vuisten, de pas afgesneden worden,enz&. Het lijkt erop dat agressief en onverdraagzaam rijgedrag de laatste jaren aan een heuse opgang bezig is. Er zijn geen officiéle cijfers bekend voor belgie maar uit een enquete die in 1999 op vraag van Responsable Young Drivers in 16 Europese landen uitgevoerd werd, blijkt dat 3 op 4 Europeanen de indruk hebben dat de agressie in het verkeer de laatste jaren is toegenomen.

Hieronder een greep uit de meest voorkomende vormen van agressief of irriterend rijgedrag:

  • Obscene gebaren;
  • Met de lichten knipperen;
  • Bumperrijden;
  • Verbale agressie;
  • Andere bestuurder bewust hinderen of de doorgang belemmeren;
  • Zonder de richtingaanwijzers te gebruiken van rijstrook veranderen;
  • Zo lang mogelijk op de linkerrijstrook blijven rijden en slechts op het laatste moment naar rechts gaan om de afrit te nemen;
  • Op de pechstrook voorbijsteken bij fileverkeer (49%)
  • Bij een wegversmalling slechts op het laatste ogenblik invoegen;
  • Stilstaan in dubbele file terwijl er in de nabijheid een parkeerplaats beschikbaar is;
  • Zich op een overvol kruispunt begeven en zo de automobilisten uit de andere richting de weg versperen.

Van zodra er ook dodelijke slachtoffers vielen, bracht de media het fenomeen in de actualiteit. De oorzaak van verkeersagressie is moeilijk te omschrijven. Er bestaan veel factoren die aanzetten tot gewelddadig gedrag, zoals de verkeersdichtheid, weersomstandigheden, tijdsgebrek, psychologische problemen,enz..

Op een bepaald ogenblik slaan de stoppen door en is men veelal niet meer meester van zijn eigen daden.

Bron: MAG

De verzoening of minnelijke schikking

Hier volgt een fragment uit een brochure van het Ministerie van Justitie. Deze werd opgesteld door Guido De Palmenaer, vrederechter te Oostende, met de steun van de Koning Boudewijnstichting, in het kader van het project “Justitie in beweging ’99”. Het Adviesbureau voor Leesbaarheid was betrokken bij de redactie van de tekst.

Zelf geschillen oplossen

Probeer de zaak uit te praten om zo een oplossing te vinden waarover beide partijen het eens zijn.

Spreek rustig; luister naar de ander en heb begrip voor zijn standpunt; laat het verleden rusten.

Als dit niet lukt, kunt u misschien een derde inschakelen (een gemeenschappelijke vriend of een vertrouwenspersoon…)

Biedt dit alles geen oplossing, stuur dan een aangetekende brief naar de tegenpartij en legt uit wat u wilt verkrijgen. Als niet binnen redelijke termijn op uw redelijke eisen ingegaan wordt, kunt u een verzoening aanvragen.

Een verzoening

Zoals hun naam al zegt, zijn “vrederechters” het meest geschikt om geschillen op te lossen: zij hebben een juridische basis, voldoende praktijkervaring en psychologische kennis om te proberen de partijen met elkaar te verzoenen.

Vergeet echter niet dat zij slechts kunnen bemiddelen bij geschillen waarvoor zij bevoegd zijn.
Voor alle andere geschillen moet u een verzoening vragen aan de terzake bevoegde rechtbank (rechtbank van eerste aanleg, van koophandel of arbeidsrechtbank…) Deze brochure gaat alleen over verzoeningen voor de vrederechter, maar de hoofdlijnen ervan zijn ook geldig voor andere rechtbanken.

Voor-en nadelen van een verzoening

Voordat u een klassieke procedure begint, kunt u gratis en zonder formaliteiten op een rechtbank beroep doen om tot een minnelijke schikking te komen.

Als een verzoening bereikt wordt, is een soms lang proces met veel kosten vermeden.

Als geen verzoening bereikt wordt, is het moeite voor niets.

Let op! Een verzoening moet tussen de twee partijen gebeuren.
De rechter kan de besprekingen leiden en bemiddelen, maar kan geen oplossing afdwingen. Wanneer de tegenpartij niet op de verzoeningszitting verschijnt, kan de rechter dus ook geen veroordeling uitspreken.
Voor sommige handelingen is er een verplichte termijn. Dat kan belangrijk zijn voor uw beslissing om een verzoening aan te vragen.

Voor welke geschillen?

-Huurgeschillen (de huurder betaalt niet meer, onderhoudt het goed niet of de verhuurder weigert om herstellingen te verrichten).
Dit geldt voor huur van woningen, handelspanden, tweede verblijven, garages, enz… Bij de landpachten (huur van gebouwen en /of gronden voor een landbouwexploitatie) is een verzoening zelfs verplicht voordat u mag dagvaarden.

-Problemen in verband met mede-eigendom (appartementsgebouwen).

-Burengeschillen (over bijvoorbeeld geluidsoverlast, afstand van beplantingen, erfdienstbaarheden, discussies over muren, afpalingen, enz…)

-Bewoningen zonder recht of titel (krakers, familie of een ex-vriend(in) die u weg wilt hebben).

-Consumentenkredieten (persoonlijke leninge…)

-Echtelijke moeilijkheden (onderhoudsgelden…)

-Diverse kleine geschillen
Dit zijn alle geschillen over zaken met een waarde van ten hoogste 1860 euro (75.000 BEF).
(Dit geldt dus ook voor een herstelling die slecht uitgevoerd zou zijn of voor vergoeding van schade die u door de fout van de tegenpartij opgelopen hebt).

De vrederechter is nog voor andere zaken bevoegd, waarvoor echter slechts zelden verzoeningsaanvragen worden ingediend.

Hoe verloopt een verzoening?

*Hoe vraagt u een verzoening aan?
a) Stuur een brief naar de vrederechter. Deze hoeft niet aangetekend verzonden te worden.

U vermeldt daarin: -uw naam, voornaam en adres;
-de identiteit (naam en voornaam) en het adres van (al) de tegenpartij(en) die u wilt laten roepen;
-een korte uiteenzetting van de feiten;
-wat u wilt bereiken, (bijvoorbeeld dat de tegenpartij u een bepaald bedrag betaalt);
-dat u vraagt dat de partijen opgeroepen worden om te proberen hierover een verzoening te bereiken.

U mag niet namens andere personen een verzoening vragen. Als uw echtgeno(o)t(e) of buren eveneens deze verzoening vragen, moeten zij ook hun volledige identiteit vermelden en ondertekenen.

b) U kunt ook naar de griffie van het vredegerecht gaan en er mondeling een verzoeningszitting vragen.

*De oproeping:
U en de tegenpartij(en) krijgen dan een brief van het vredegerecht. Daarin staat wanneer u en de tegenpartij(en) moeten verschijnen voor de vrederechter en waar u moet zijn. Dit zal meestal niet de openbare zittingszaal zijn, maar de raadkamer of het kantoor van de vrederechter.

U moet niet zelf naar de vrederechter komen als dit te moeilijk is. U kunt u laten vertegenwoordigen door uw echtgeno(o)t(e) of een familielid (bloed-of aanverwant). U moet deze persoon dan een volmacht meegeven.

Een volmacht wordt op gewoon papier geschreven: meld dat persoon X (u dus) aan persoon Y (uw echtgeno(o)t(e) of een familielid) vomacht geeft om namens hem/haar op de verzoeningszitting voor de vrederechter van het kanton te verschijnen en hij/zij er namens u een dading mag afsluiten.

Een dading is een definitief akkoord dat een betwisting beëindigt doordat partijen (meestal wederzijds) toegevingen doen.

*Uitzondering:
Als u de zaakvoerder of (gedelegeerd) bestuurder van een vennootschap bent, dan kan uw medewerker, uw familie of een vennoot niet in uw plaats verschijnen. U zal zelf moeten komen en een uittreksel uit het Belgisch Staatsblad met uw benoeming moeten meenemen.

Sommige vrederechters zijn in dit geval niet zo strikt en staan toch toe dat bijvoorbeeld een medewerker (met een volmacht van u) verschijnt. Informeer daarom vooraf op de griffie.

*Op het vredegerecht:
Zorg ervoor dat u stipt op het aangeduide uur aanwezig bent. Hou rekening met verkeers-en parkeerproblemen. Een gerechtsgebouw is een openbaar gebouw: er wordt dus niet gerookt.
Meld u bij de bode of op de griffie. Men zal dan uw aanwezigheid noteren. De vrederechter zal u ontvangen, hoewel het enige tijd kan duren voor u aan de beurt komt.

*Het resultaat? a)Als niemand voor de tegenpartij opdaagt, kan er niets gebeuren. Om u te verzoenen moet u immers met twee partijen zijn… De vrederechter kan dus geen uitspraak doen. U kan dan een procedure beginnen als u een veroordeling van de tegenpartij wil bereiken.

b)Als de tegenpartij (of diens advocaat) verschijnt, legt u en daarna de tegenpartij zijn standpunt uit. Er wordt gekeken of een vergelijk mogelijk is (toegevingen,…). Soms kan een verzoening bereikt worden wanneer u toestaat dat de tegenpartij het verschuldigde bedrag in delen mag aflossen.

-Wordt een verzoening bereikt, dan wordt dit opgeschreven in een proces-verbaal van verzoening dat alle partijen met de vrederechter en de griffier ondertekenen.

Is een verzoening onmogelijk, dan wordt in een proces-verbaal vastgesteld dat er geen verzoening is. U kan dan een procedure beginnen als u een veroordeling van de tegenpartij wilt bereiken.

De naleving van het proces verbaal van verzoening

Dit proces-verball heeft dezelfde waarde als een vonnis. Leeft de tegenpartij dit niet na, dan kunt u aan een gerechtsdeurwaarder vragen om de tegenpartij daartoe te dwingen.
U of de gerechtsdeurwaarderz ullen daarvoor eerst de grosse (een officieel getekend afschrift) moeten bestellen op de griffie.
De gerechtsdeurwaarder zal dit proces-verbaal dan betekenen (officieel aan de tegenpartij meedelen) en daarna eventueel beslag leggen bij de tegenpartij als deze het niet vrijwillig naleeft en bijvoorbeeld niet betaalt.

De betekening en het beslag kosten al snel een 500 euro( 20.000 BEF). Als de tegenpartij de kosten niet kan betalen of de verkoop van zijn inboedel niet veel opbrengt-iets wat vaak gebeurt-zult u deze kosten uiteindelijk zelf moeten dragen. Vergeet ook niet dat het loon van de tegenpartij slechts in beslag kan genomen woor zover dit meer dan ongeveer 1.000 euro (10.000 BEF) per maand bedraagt.

Bezint eer u begint om al dze kosten te maken! Als in het proces-verbaal bepaald is dat de huurder moet vertrekken, maar weigert dat vrijwillig te doen, zal er niets anders opzitten dan hem door een gerechtsdeurwaarder te laten verdrijven, wat u ook veel geld kost.

Tegen het proces-verbaal van minnelijke schikking kan de tegenpartij geen verzet of hoger beroep aantekenen. Het geldt als een vonnis zodat u geen procedure hoeft te beginnen om nog eens hetzelfde te krijgen.

*De invloed van een verzoening op termijn:
Voor sommige proceshandelingen is er een termijn. Dat kan belangrijk zijn voor uw beslissing om een verzoening aan te vragen. Een verzoek tot verzoening schorst de termijnen van de handelshuurwet en de landpachtwetgeving. Stel dat u een termijn heeft van 30 dagen waarbinnen u moet dagvaarden. Wanneer u na tien dagen een verzoek tot verzoening indient, wordt die termijn geschorst. De termijn loopt gewoon door indien er geen verzoening tot stand kwam. U heeft dan nog 30-10=20 dagen om te dagvaarden.

Er is gewoonlijk geen schorsing van de termijnen in andere rechtsdomeinen. U bent bijvoorbeeld eigenaar van een appartement in een appartementsgebouw en u wilt een beslissing van de algemenen vergadering van mede-eigenaars nietig laten verklaren. U moet dan door een gerechtsdeurwaarder de vereniging van mede-eigenaars laten dagvaarden binnen een termijn van drie maanden. Maar een verzoek tot verzoening schorst die termijn niet! Wanneer u dan eerst een verzoening aanvraagt, loopt u het risico dat de dagvaardingtermijn verstreken is en dat u geen procedure meer kunt beginnen. In zo’n geval is het beter om niet tot verzoening op te roepen, maar de verening van mede-eigenaars direct te dagvaarden.

*Besluit:
Met een verzoening bespaart u zich de kosten en lasten van een soms duur en aanslepen proces waarvan u de uitslag ook niet kunt voorzien.

Daarom is het ook nuttig om vooraf goed na te denken welke toegevingen u uiteindelijk bereid bent te doen.

De financiele problemen van gehuwden

1. De echtgenoten moeten samen de lasten van het huishouden dragen.

Wat zegt de algemene regel ?

De echtgenoten moeten samen de lasten van het huishouden dragen.
De wet zegt inderdaad ” Iedere echtgenoot draagt in de lasten van het huwelijk bij naar zijn vermogen ” (art.221 B.W.)

Vermogen betekent in deze tekst wat je hebt en wat je kunt verwerven. De vrouw die thuis werkt – en dus onbetaald werkt – wordt volgens de rechtbanken beschouwd dat ze evenveel bijdraagt als de buitenhuis werkende man. En terecht.

In het geval dat de man het huishoudgeld, dat hij gewoonlijk afgeeft, op een zeker moment en zonder enige reden, drastisch verlaagt, kan de vrouw zich tot de Vrederechter richten: zij kan dan bekomen dat de man veroordeeld wordt om een voldoende bedrag per maand te betalen; zij kan dan tevens de ontvangstmachtiging of loondelegatie bekomen, dit wil zeggen, dat in dit geval de werkgever een deel van het loon rechtstreeks aan de man zal betalen.

2. Problemen met onbetaalde schuldeisers

Je rechten tegenover de schuldeisers zijn verschillend naargelang het gaat om

– eigen schulden van je echtgenoot

– schulden van de gemeenschap.

We nemen een voorbeeld: bvb. de schulden aangegaan voor de huishouding of de kinderen.

ten 1° de schuldeisers van eigen schulden van je echtgenoot.

In principe kan een schuldeiser van een eigen schuld van een echtgenoot deze slechts verhalen op de eigen goederen van deze echtgenoot. ( art. 1440 – 1441 B.W. )
Wil je echter je tegen een beslag door deze schuldeisers verdedigen en wil je dat ze van je eigen goederen afblijven, dan zul je moeten aantonen dat het om eigen schuld van je echtgenoot gaat.

Voorbeeld:

Een schuldeiser beschikte over een wisselbrief hem overhandigd door één echtgenoot.
De wissel werd niet betaald.
De schuldeiser dagvaardde beide echtgenoten.
De rechtbank stelde vast dat de tweede echtgenoot de wisselbrief niet ondertekend had.
Verder waren er geen aanwijzingen dat de lening werd afgesloten met medeweten van de tweede echtgenoot, en dat ze werd aangegaan voor de huishouding of de opvoeding van de kinderen.
De rechtbank besloot dat het ging om een eigen schuld van de eerste echtgenoot, zodat de schuldeiser de tweede echtgenoot hierover niet mocht aanspreken.
De schuldeisers van eigen goederen mogen niet raken aan de eigen goederen van de echtgenoot-niet schuldenaar.
Twee schuldeisers van een eigen schuld van je echtgenoot hoeven zich weinig of niets aan te trekken van de indeling in eigen goederen en gemeenschappelijke goederen als daar zijn :

– de fiscus

– de schuldeiser na een strafrechtelijke veroordeling of een onrechtmatige daad van je echtgenoot ; deze moet zich niet storen aan

Het onderscheid tussen eigen en gemeenschappelijke goederen.

Is je echtgenoot strafrechtelijk veroordeeld tot het betalen van een boete en een schadevergoeding, of werd hij door een burgerlijke rechtbank tot een schadevergoeding veroordeeld, dan mag zijn schuldeiser tot de helft van het netto – actief van het gemeenschappelijk vermogen aanspreken.

Opnieuw een voorbeeld:

Heeft je echtgenoot in dronken toestand een verkeersongeval veroorzaakt, dan mag de auto – verzekering de schadevergoeding, die ze betaalde aan de tegenpartij, geheel of gedeeltelijk van hem terugvragen. De verzekeraar kan tot 10.411, 53 Euro zijn schade volledig verhalen ; is de schade groter, dan is het verhaalrecht beperkt tot de helft met een minimum van 10.411,53 Euro en een maximum van 30.968,69 Euro ( K.B. van 14.12.92 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheids-verzekering inzake motorrijtuigen )

Vernietiging vragen van de eigen schulden die je echtgenoot aanging en die het gezin in gevaar brengen.

De eigen schulden van een echtgenoot kunnen het gezin in gevaar brengen. Van die schulden kan je als echtgenoot de vernietiging vragen aan de rechtbank. ( art. 1149 en art. 224 B.W. ), zodra het gevaar bestaat dat de echtelijke woning door de schuldeisers zou kunnen verkocht worden.

ten 2° de schuldeisers van gemeenschappelijke schulden.

Inleiding

Wat betreft schuldeisers van gemeenschappelijke schulden zijn er twee soorten :

– de schuldeisers voor gewone gemeenschappelijke schulden en

– de schuldeisers voor schulden in verband met de huishouding.

In deze laatste categorie is er een onderscheid tussen redelijke schulden en overdreven schulden.

Voorts geven we wat practische uitleg hoe je je tegen die schuldeisers kunt verdedigen door te zeggen dat je echtgenoot zijn ( trouw)boekje te buiten is gegaan bij het aangaan van bepaalde schulden.

Eerst nog een woordje over mogelijk beslag.

ten 3° Op welke goederen kan een gemeenschappelijke schuldeiser beslag leggen ?

Een schuld aangegaan door twee echtgenoten samen kan de schuldeiser verhalen én op de gemeenschappelijke goederen én op ieders eigen goederen. Zo kunnen de gezinswoning en het huisraad door deze schuldeisers verkocht worden vermits dat meestal gemeenschappelijke goederen zijn.

Je eigen goederen zullen maar buiten schot blijven als het gaat om

– buitensporige schulden die je echtgenoot maakte voor het huishouden en voor de kinderen.

– het onderhoudsgeld dat je echtgenoot voor zijn kinderen, kleinkinderen of ouders moet betalen.

– de intresten die een bijzaak vormen van een eigen schuld van je echtgenoot ( zoals intresten op een lening die hij aanging om de successierechten op de nalatenschap van zijn ouders te betalen )

– de schulden door je echtgenoot aangegaan bij de uitoefening van zijn beroep, bvb. een schuld tegenover de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die hij heeft voor de bijdragen van zijn personeel.

Van je loon, ziekte – uitkering, werkloosheidsuitkering of pensioen mag maar een beperkt bedrag in beslag genomen worden: dit zijn de bedragen vanaf 1 januari 2002 ( worden telkens opnieuw aangepast telkens op 1 januari ).

Voor inkomen uit arbeid of onder iemands gezag :

Niets tot 849 Euro

Van 849 tot 912 Euro : 1/5 maximum 12.60 Euro

912 tot 1. 007 30 % 28.50

1.007 tot 1.011 40 % 37.60 Boven 1.011 alles.

Voor een vervangingsinkomen (ziekte- of werkloosheidsvergoeding, pensioen enz.) of een inkomen als zelfstandige:

Niets tot 849 Euro

Van 849 tot 912 Euro 20% maximum 12.60 Euro

912 tot 1.101 40 % 75.60 Euro

Boven 1.011 alles.

De basisbedragen worden vermeerderd met 52 Euro per kind.

Deze loongrenzen gelden niet bij een faillissement of als er vrijwillige loonsafstand ondertekend werd, of als het gaat om achterstallige onderhoudsgelden.
Wanneer je echtgenoot failliet gaat, wordt ook het hele bezit van het gezin in beslag genomen tot en met de hond als die venale waarde heeft.

Wat levensnoodzakelijk is mag niet in beslag genomen worden. Alzo worden in de wet opgesomd :

– bed en beddengoed, persoonlijke klederen en linnengoed voor het gezin en de meubelen nodig om deze op te bergen.

– een wasmachine en strijkijzer.

– de nodige verwarmingstoestellen.

– tafel en stoelen nodig voor een gemeenschappelijke maaltijd.

– strikt noodzakelijk vaatwerk en huishoudgerei en het meubel om dit op te bergen.

– toestel om warme maaltijden te bereiden.

– toestel om voedingsmiddelen te bewaren.

– één verlichtingstoestel per bewoonde kamer.

– voorwerpen nodig voor gehandicapte gezinsleden.

– voorwerpen te gebruiken door inwonende kinderen ten laste.

– de gezelschapsdieren ( behalve dan dure rashonden ).

– voorwerpen voor lichaamsverzorging en voor onderhoud van de vertrekken.

– gereedschap voor tuinonderhoud.

– de boeken en andere voorwerpen voor de studies of de beroepsopleiding van een gezinslid.

– de goederen die absoluut nodig zijn voor het beroep van de beslagene tot een waarde van 2.500 Euro.

– voorwerpen voor de uitoefening van een eredienst.

– levensmiddelen en brandstof voor één maand.

– één koe, of twaalf schapen of geiten, en varken en 24 dieren van het hoenderhof, met het stro, voeder en graan voor het vee gedurende één maand.

Nog enkele kanttekeningen betreft dit onderwerp. Voor de redelijke schulden betreft huishouden en kinderen kunnen steeds de beide echtgenoten aangesproken worden.

De beide echtgenoten staan samen in voor de schulden die gemaakt zijn

ofwel door de ene
ofwel door de andere
ofwel door de twee samen voor de gemeenschappelijke huishouding en de kinderen.

Zelfs al hebt je niet getekend, zelfs al ging je eigenlijk niet akkoord met de gedane aankoop, dan nog kan je door de schuldeiser steeds aangesproken worden om het volledige bedrag van de schuld te betalen, wanneer je echtgenoot deze niet betaalt.

Wat met de overdreven uitgaven voor huishouden en kinderen ?

Wanneer je echtgenoot een buitensporige schuld maakt, dit wil zeggen een schuld die echt niet aangepast is aan je levensstandaard, in dit geval, kan je aan de Rechtbank de nietigverklaring van deze schuld vragen. ( art. 224 B.W. ).

Je moet dit dan wel doen binnen het jaar dat je van deze schuld op de hoogte was.

Word je voordien al gedagvaard door de schuldeiser die betaling vraagt, weet dan dat het de schuldeiser is, die moet aantonen dat het gaat om een schuld, die werd aangegaan voor het huishouden of voor de opvoeding van de kinderen.

Slaagt de schuldeiser er niet in dit te bewijzen, dan zal hij alleen van de echtgenoot, die de schulden maakte, betaling kunnen eisen.

We geven hiervan enkele voorbeelden :

– een vrouw opende een bankrekening op haar naam en schreef op 3 maanden tijd voor 65.000 fr. cheques, vooral voor huihoudelijke toestellen en voor het huishouden. De man werd door de Rechtbank mee veroordeeld om het negatieve saldo, dat alzo op de bank rekening ontstaan was, aan te zuiveren. ( Brussel 18.11. 1986 ).

– de Rechtbank van Mechelen oordeelde dat de bestelling van een keuken van 51.000 fr. niet buitensporig was ( 7.12. 1982 Rechtskundig Weekblad 1985 – 86, 1170 ).

– een man had sedert einde 1986 een shoppingkaart met een domiciliering bij een bank. De vrouw stelde dat haar man deze kaart alleen had aangevraagd en dat hij op de aanvraag haar handtekening had vervalst. De vrouw had een eigen shoppingkaart. In 1992 bleek dat door mijnheer door het gebruik van de shoppingkaart een schuld van 127.000 fr. was opgebouwd… Het Hof van Beroep van Antwerpen vond deze schuld niet buitensporig zelfs al werden de uitgaven alleen door de man gedaan; 8.2.1999, T.B.B.R. 3 / 2000 p. 183 ).

5. Welke maatregelen kan je treffen tegen het wanbeheer van je echtgenoot ?

De wet geeft je 4 mogelijkheden om gevaarlijk gedrag op financieel gebied van je echtgenoot, naar de toekomst toe, uit te schakelen :

1. de Vrederechter vragen je echtgenoot verbod op te leggen om zelfs, met betrekking tot zijn eigen goederen , handelingen alleen te stellen. Als je kunt aantonen dat je echtgenoot jou en het gezin door zijn handelingen nadeel berokkenen, zal de Vrederechter je verzoek inwilligen. ( art. 1421 B.W. ).

2. de Rechtbank vragen om in de plaats van je echtgenoot te mogen optreden ( art. 220 § 2 B.W. ) of alleen (art.1420 B.W.)

3. de Rechtbank vragen je echtgenoot zijn bestuursbevoegdheden te ontnemen. ( art. 1426 § 1 en 2 en 3 B.W. )

4. een gerechtelijke scheiding van goederen aan te vragen ( art. 1470 – 1474 B.W. )

Elke mogelijkheid zullen we nu verder stapsgewijze bespreken.

1. de Vrederechter vragen je echtgenoot te verbieden bestuurshandelingen alleen te stellen. Als je kunt aantonen dat jij of het gezin schade lijden door wat je echtgenoot met zijn eigen goederen doet, dan kan je aan de Vrederechter vragen, hem daarmee te doen stoppen, of hem minstens aan banden te leggen.
De Vrederechter kan je echtgenoot bvb. verbieden bepaalde beslissingen te nemen zonder jouw toestemming.

2. je kan je door de Rechtbank laten machtigen om in de plaals van je echtgenoot op te treden. De wet biedt de mogelijkheid, indien ‘ de echtgenoot in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven en geen lasthebber heeft aangesteld of geen wettelijke vertegenwoordiger heeft ‘ dat de andere echtgenoot aan de rechtbank vraagt om in zijn plaats te worden gesteld voor de uitoefening van al zijn bevoegdheden of voor een deel er van, of om alleen te mogen optreden, zonder de wettelijk vereiste toestemming van de andere echtgenoot.

Nemen we een voorbeeld :

Een vrouw verbleef al tien maanden in een ziekenhuis wegens snel evoluerende dementie met gedragsstoornissen.
De man vroeg de echtelijke woning, eigendom van de gemeenschap alleen te mogen verkopen. Hij kreeg van de Rechtbank daarvoor de toestemming, én de machtiging om haar te vervangen bij handelingen met betrekking tot hun gemeenschappelijk vermogen. ( Rb. Hasselt 6.9 en 9.11.1977, Casebook I p. 79 ).

3. de Rechtbank kan je echtgenoot elke bestuursbevoegdheid ontnemen ( art. 1426 § 1, 2 en 3 B.W. ).
Als je echtgenoot ongeschikt is om belangrijke beslissingen te nemen, omwille van zijn ouderdom, onervarenheid, alcoholisme, lage intelligentie, geestesziekte of geestesstoornis, en het gezin lijdt daaronder, dan kun je de Rechtbank vragen hem zijn bestuursbevoegdheid te ontnemen. Deze bevoegdheid kan dan naar jou doorgeschoven worden, of door een derde persoon – één van de kinderen bijvoorbeeld – met het akkoord van de familie. Deze procedure kun je ook gebruiken als je echtgenoot verdwenen is. ‘ afwezig ‘ heet dat in rechtstermen. Ze wordt in de praktijk heel zelden aangewend : per jaar worden er slechts drie à vier mensen hun bestuursbevoegdheid ontnomen.:

Deze ( zwaarwichtige ) beslissing verschijnt in het Belgisch Staatsblad : ze wordt tevens vermeld op de huwelijksakte en op het handelsregister, wanneer deze echtgenoot handelaar is.

4. de gerechtelijke scheiding van goederen aanvragen. Dit wil zeggen dat de Rechtbank je huwelijkscontract van het wettelijke stelsel wijzigt naar een volledige scheiding van goederen. De scheiding van goederen in een huwelijkscontract vastleggen betekent dat je hetgeen je samen met je echtgenoot aankoopt, je, op elk moment, weer kunt verdelen. Je kunt nooit gedwongen worden in onverdeeldheid met hem te blijven. Wanneer je echtgenoot niet akkoord gaat om samen verrichte aankopen te verdelen dan kun je die verdeling vragen aan de Rechtbank van de gezinswoning en de huisraad kun je de verdeling niet eisen.

nemen we opnieuw een voorbeeld.

Dat schuldeisers de goederen van de huwelijksgemeenschap in beslag namen en dat de man failliet ging, waren voor de Rechtbank gegronde redenen om de gehele scheiding van goederen toe te staan ( Hof van Beroep Luik 4 januari 1994 ).

Let wel, soms zijn de rechters nog strenger, en volstaat het failliet van je echtgenoot niet.

Je blijft verplicht daarenboven aan te tonen dat je echtgenoot door de wanorde in zijn zaken, zijn slecht beheer of door de verkwisting van zijn inkomen’ ( art. 1470 B.W. ) de belangen van het gezin in gevaar brengt. Verkrijg je van de Rechtbank de gerechtelijke scheiding van goederen, dan werkt ze terug tot op de dag van de aanvraag ;

ze wordt bekend gemaakt in het belgisch staatsblad, zodat o.m; de schuldeisers verwittigd zijn.
Binnen het jaar zal de notaris de huwelijksgemeenschap vereffenen.
De schuldeisers kunnen vragen met hen rekening te houden.

Ze kunnen zich ten slotte tevens verzetten tegen de vereffening als ze zich bedrogen voelen.

5. Je huwelijkscontract wijzigen.

Je kunt je huwelijkscontract niet wijzigen in onderlinge afspraak met je echtgenoot.
Er is altijd de tussenkomst van een notaris noodzakelijk.
Zo ben je niets vooruit met een belofte van je echtgenoot, zelfs niet met een schriftelijke belofte, dat hij een huis gemeenschappelijk wil maken of dat hij je de hele huwelijksgemeenschap wil schenken mocht hij als eerste overlijden.

Wijzigingen van een huwelijksstelsel moeten, om geldig te zijn, steeds door een notaris in een akte vastgelegd worden.

De eerste vereiste daartoe is dat beide echtelieden ( met de wijziging ) akkoord gaan.

Zonder akkoord kan je het huwelijkscontract niet wijzigen behalve in geval van tussenkomst van de rechtbank, dan heb je de
gerechtelijke scheiding van goederen, zoals we reeds eerder beschreven.
Een verandering van je contract kan je om verschillende redenen overwegen, bijvoorbeeld, omdat je een handelszaak wil opstarten, omdat je bijvoorbeeld onafhankelijker van de financiele situatie van je echtgenoot wil staan, of bijvoorbeeld om steeds weerkerende ruzies over geldzaken uit te sluiten.

Wijzigingen worden dus steeds geregeld via de notaris.
Informeer vooraf bij de notaris van je keuze ; een notaris geeft je gratis advies.

6. Je echtgenoot onterven.

Dat zal niet gaan als je blijft samenleven.
Voor het onterven van je echtgenoot moeten 3 voorwaarden SAMEN vervuld zijn :

1. je moet minstens 6 maanden apart wonen op het moment van het overlijden.
2. één van de echtgenoten moet aan de Rechter een aparte woonst aangevraagd hebben.
3. je moet een testament gemaakt hebben waarbij je de onterving schriftelijk vastlegt.