Archive for Algemene info

De vergoedbare advocatenhonoraria

In vergelijking met zijn vorige rechtspraak had ons hoogste rechtscollege hiermee een bocht van 180° genomen. In de praktijk is gebleken dat de lagere rechtbanken weigeren de rechtspraak van het Hof Van Cassatie toe te passen. Blijkbaar deed elk rechtscollege zijn uiterst best om tot een ander resultaat te komen dan het Hof Van Cassatie.

Gezien het aanslepend probleem, is nu de wetgever tussengekomen. Vanaf 1 januari 2008 worden de rechtsplegingvergoedingen drastisch opgetrokken.

De rechtsplegingvergoedingen is een forfaitaire tegemoetkomingen in de kosten en erelonen van de advocaat. Een gelijkluidend schrijven wordt verzonden naar verzekerde, de makelaar en de maatschappij.  (art.1022 Ger. Wetboek).

Voortaan zullen de rechtsplegingvergoedingen voor in geld waardeerbare zaken er uitzien als volgt: (zie tabel)

Basisbedrag

Minimumbedrag

Maximumbedrag

Tot 250.000 €

150,00 €

75,00 €

300,00 €

Van 250,01 € tot 750,00 €

200,00 €

125,00 €

500,00 €

Van 750,01 € tot 2.500,00 €

400,00 €

200,00 €

1.000,00 €

Van 2.500,01 € tot 5.000,00 €

650,00 €

375,00 €

1.500,00 €

Van 5.000,01 € tot 10.000,00 €

900,00 €

500,00 €

2.000,00 €

Van 10.000,01 € tot 20.000,00 €

1.100,00 €

625,00 €

2.500,00 €

Van 20.000,01 € tot 40.000,00 €

2.000,00 €

1.000,00 €

4.000,00 €

Van 40.000,01 € tot 60.000,00 €

2.500,00 €

1.000,00 €

5.000,00 €

Van 60.000,01 € tot 100.000,00 €

3.000,00 €

1.000,00 €

6.000,00 €

Van 100.000,01 € tot 250.000,00 €

5.000,00 €

1.000,00 €

10.000,00 €

Van 250.000,01 € tot 500.000,00 €

7.000,00 €

1.000,00 €

14.000,00 €

Van 500.000,01 € tot 1.000.000,00 €

15.000,00 €

1.000,00 €

30.000,00 €

Boven 1.000.000,00 €

15.000,00 €

1.000,00 €

30.000,00 €

Op verzoek van een van de partijen en op speciaal gemotiveerde beslissingen, kan de rechter ofwel de vergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder door de Koning te overschrijden. Bij zijn beoordeling houdt de rechter rekening met:

De financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag van de vergoeding te verminderen;

De complexiteit van de zaak;

De contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het Een gelijkluidend schrijven wordt verzonden naar verzekerde, de makelaar en de maatschappij. gestelde partij;

Het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

Geen partij kan boven het bedrag van de rechtsplegingvergoeding worden aangesproken tot betaling ban een vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van een andere partij.

Jan Bergmans

Advocaat

Incasso – kosten en erelonen

Hierbij wordt een overzicht gegeven van de tarieven van kosten en ereloon in incassodossiers.

GERECHTSKOSTEN: Alle gerechtskosten dienen door de cliënt te worden voorgeschoten
(bijv. dagvaarding en rolzetting, kosten uitvoering vonnis, e.d.), doch deze dienen door tegenpartij te worden terugbetaald. Debiteur wordt hiertoe bij vonnis veroordeeld door de rechtbank.

ADMINISTRATIEKOSTEN:
correspondentie: 9 eur/blz.
inventaris: 9 eur/blz.
verzoekschriften/conclusies: 9 eur/blz.

ERELOON: Conform de gebruikelijke tarieven worden volgende percentages als ereloon aangerekend:

a.. 15 % op de eerste schijf tot 6.200 Euro
b.. 10 % van 6.201 Euro tot 49.579 Euro
c.. 8 % van 49.580 Euro tot 123.947 Euro
d.. 6 % van 123.948 tot 247.894 Euro
e.. 4 % op meer dan 247.895 Euro

Deze percentages worden in bepaalde gevallen herleid naar beneden, of zelfs gehalveerd.

Vaak wordt het totaal van de intresten en schadebeding behouden tot dekking van het ereloon. Als er een procedure is geweest, behoud het advocatenkantoor de gerechtelijke intresten en rechtsplegingsvergoeding.
Er wordt een matig en forfaitair ereloon aangerekend in dossiers waar weinig of niets kan worden gerecupereerd door insolvabiliteit of faillissement van de debiteur.

In deze gevallen kunnen volgens de richtlijnen van de Orde eveneens hogervermelde tarieven worden aangerekend. Echter, bij een continue samenwerking, en naargelang de aard van het dossier, kan eventueel slechts een bedrag tussen 75 Euro en 124 Euro forfaitair als ereloon worden aangerekend, naast de administratiekosten.

Indien U nog bijkomende informatie wenst, wordt deze graag gegeven.

27 januari 2000

 

Wat kost een advocaat?

Het is onmogelijk exact te zeggen wat een bepaalde opdracht kost. Volgens de vereniging van Vlaamse Balies zijn de erelonen vrij.
Vroeger was het anders. In 1995 oordeelde de Europese Commissie en de Belgische Raad voor Mededinging dat erelonen van vrije beroepen niet mochten worden vastgelegd ter bescherming van de cliënten. Ik vind dit een spijtige zaak want vaste tarieven beschermen juist de cliënt. Voor meer informatie kan u bellen op 0475-457814.

Het proefbeding bij een arbeidsovereenkomst

Bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst merken we vaak dat er onzekerheid is bij beide partijen. De werknemer staat nog wat aarzelend tegenover de nieuwe werkomgeving, de nieuwe betrekking en de werkgever is nog niet overtuigd van de kwaliteiten van de werknemer. In de praktijk is het dan ook zo dat partijen een overeenkomst sluiten vooraleer ze weten of het wel dat is wat ze willen. Daarom heeft de wetgever voorzien in een soort tussenstap vooraleer ze zich echt langdurig gaan verbinden, namelijk het proefbeding. In dit artikel zal nader worden ingegaan op de verschillende juridische aspecten van zo’n beding.

1)Wat dienen we juist te verstaan onder het beding “proefbeding”?

Belangrijk is het goed voor ogen te houden dat een proefbeding geen op zichzelf staande arbeidsovereenkomst is die een zelfstandig leven kan leiden. Integendeel, het is een onderdeel, een clausule van een arbeidsovereenkomst die de werkgever de mogelijkheid biedt de geschiktheid van de werknemer na te gaan en de werknemer in de mogelijkheid stelt de geschiktheid van de baan na te gaan.

Dergelijk beding kan zowel in allerlei soorten arbeidsovereenkomsten voorkomen AO voor bepaalde tijd, voor onbepaalde tijd, AO voor een duidelijk omschreven werk, arbeidsovereenkomsten voor tijdelijk werk…

Het is dus geen afzonderlijke soort van arbeidsovereenkomst. Dit heeft dan ook voor gevolg dat er na het verstrijken van de proeftijd geen nieuwe wilsuiting vanwege de partijen moet gebeuren. De arbeidsovereenkomst begint na een positieve proeftijd gewoon definitief door te lopen.

2)Verschil met andere aanverwante begrippen

Belangrijk is het om het proefbeding niet te verwarren met enkele aanverwante juridische situaties zoals de test, de stage, en de leerovereenkomst.

-De test is net zoals het proefbeding een middel voor de werkgever om de geschiktheid van de kandidaat-werknemer na te gaan maar het grootste verschil is hierin gelegen dat er bij een test geen handeling wordt verricht die voor een werknemer een nuttig karakter heeft en dat er voor de werknemer ook geen bezoldiging voorzien wordt. Terwijl bij een proefbeding de werknemer bezoldigd wordt en ook reële arbeid levert.

-De stage verschilt daarentegen met het proefbeding doordat niet de arbeidsprestatie essentieel is maar wel de vervolmaking van de theoretische kennis van de stagiair, die er enkel op gericht is een bepaald beroep aan te leren.

-De leerovereenkomst dan tenslotte verschilt niet veel van de stage behalve dat de nadruk hierbij gelegd wordt op het aanleren van een specifiek beroep.

3)Duur van het proefbeding

Vermits het proefbeding dus een onzekere toestand voor beide partijen in het leven roept, mag deze ook niet onbeperkt blijven duren. Het is dan ook om deze reden dat de wetgever bepaalde termijnen heeft voorgeschreven.

De termijnen zijn verschillend vastgesteld voor werklieden en bedienden.

Voor werklieden is er een minimumtermijn van zeven dagen en een maximumtermijn van veertien dagen. Voor bedienden echter zijn de termijnen langer, met steeds een minimumtermijn van één maand. De maxima verschillen echter naargelang het jaarlijks loon. Is dit loon lager of gelijk aan 780.000,- dan is de maximumtermijn 6 maanden, anders is de maximumtermijn 12 maanden. Wanneer er niets bepaald is omtrent de termijn dan zal in beide gevallen de minimumtermijn gelden.

Indien de conventioneel bedongen termijn korter is dan het minimum of langer is dan de maximumtermijn dan zal deze termijn worden herleid tot resp. de minimum dan wel de maximumtermijn. Dus niet-naleving van deze termijnen heeft geen invloed op de geldigheid van het proefbeding.

4)Verlenging in geval van schorsing van de overeenkomst

Zowel voor werklieden als voor bedienden geldt de regel dat in geval de overeenkomst reeds tijdens de proefperiode geschorst wordt, deze proeftijd verlengd wordt met een periode gelijk aan die van de schorsing.

5)Regels m.b.t. de beëindiging van de proef

In het merendeel van de gevallen eindigt de proef door het verstrijken van de termijn. Toch kan het gebeuren dat een proef onregelmatig wordt beëindigd. In deze situatie moet er wel duidelijk een onderscheid gemaakt worden tussen de regeling voor bedienden en deze voor werklieden.

Voor werklieden geldt het principe dat de proeftijd tijdens de eerste zeven dagen enkel om een dringende reden kan beëindigd worden. Dit principe geldt enkel maar voor de eerste zeven dagen van de proefperiode, dus ook wanneer men deze periode conventioneel heeft verlengd, zijn enkel de eerste zeven dagen beschermd. Een beding in de arbeidsovereenkomst dat anders bepaalt, is dan ook nietig. Na de eerste 7 dagen mag de werkgever wel de overeenkomst eenzijdig beëindigen telkens op het einde van een werkdag en dit zonder opzeggingstermijn of- vergoeding. Ook de werkman krijgt dit recht toebedeeld.

Bij de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst door een van de partijen moeten gen specifieke formaliteiten worden nageleefd. Aan te raden ingevolge de bewijslast blijft natuurlijk een geschrift.

Bij onregelmatig ontslag is er niet voorzien in een forfaitaire schadevergoeding maar wel in een vergoeding van de reële schade. Met zo’n onregelmatig ontslag wordt ook bedoeld wanneer de overeenkomst reeds voor de aanvang door een van de partijen wordt opgezegd.

Voor bedienden geldt het principe dat de proeftijd zonder dringende reden niet eenzijdig kan beëindigd worden dan met inachtneming van een opzeggingstermijn van 7 dagen.

Rekening houdend met de minimumtermijn wil dat zeggen dat de opzegging zo mag gegeven worden dat de laatste dag van de opzegging samenvalt met de laatste dag van de eerste maand van het proefbeding. De opzeggingstermijn begint volgens de meeste auteurs te lopen de dag na de betekening van de opzegging.

Ook de vergoeding ingeval van onregelmatig ontslag is verschillend. Bij bedienden moet de partij die de overeenkomst eenzijdig beëindigt, zonder dringende redenen of zonder inachtneming van de opzeggingstermijn aan de andere partij een vergoeding betalen. Deze vergoeding is een forfaitaire vergoeding en is gelijk aan het loon en de voordelen voor een periode die overeenstemt hetzij met de duur van de opzeggingstermijn hetzij met het resterende gedeelte van de termijn. Wanneer de opzegging tijdens de eerste maand gebeurt, zal het lopende loon en de verworven voordelen moeten worden betaald voorzien voor de rest van die maand + de opzeggingstermijn.

Wat na een arbeidsongeval?

Een arbeidsongeval doet zich voor op het werk zelf of op de weg naar en van het werk. Als gevolg hiervan bent u werkonbekwaam of heeft u blijvende letsels. U is onbekwaam om te werken dan is uw verdienvermogen met 66% afgenomen. Invaliditeit is de lichamelijke schade, uitgedrukt in percentages en afhankelijk van het beroep en de arbeidsongeschiktheid. Na één jaar ziekte zal uw ziekenfonds u automatisch het statuut van invaliditeit toekennen. Veel verzekeringen voorzien in uitkeringen, bedoeld om het loonverlies te compenseren dat optreedt na een arbeidsongeval. Hier zijn verschillen naargelang aard en omstandigheden van het ongeval. Het cumuleren van vergoedingen uit verschillende verzekeringssystemen, is verboden, indien ze betrekking hebben op dezelfde schade.

Ziekenfonds

De terugbetaling van geneeskundige zorgen verschilt of u zelfstandige dan wel werknemer bent. Uitkeringen zijn eveneens verschillend. Men heeft enkel recht op uitkeringen, begrensd tot een maximum bedrag of plafond, na verloop van een wachttijd.

Loon-en weddetrekkenden

Uw werkgever betaalt uw loon door gedurende 14 dagen voor arbeiders en 1 maand voor bedienden. Daarna zet uw ziekenfonds de betalingen verder, berekend volgens uw bruto-inkomen. De primaire vergoeding gedurende het eerste jaar bedraagt 65% van het gederfde loon. Invaliditeit langer dan één jaar bedraagt 65% van het gederfde loon met personen ten laste. Zonder personen ten laste kan u rekenen op 45% voor samenwonenden zonder andere inkomsten en 40% voor de anderen. Deze twee laatste bedragen kunnen opgetrokken worden tot 65% als er hulp van derden nodig is.

Zelfstandigen

Zelfstandigen worden als arbeidsongeschikt beschouwd als alle beroepsactiviteit onmogelijk is. Vanaf de eerste dag van de vierde maand arbeidsongeschiktheid ontvangen zij een vastgesteld bedrag, dat kan variëren volgens verschillende factoren. Zolang de uitkeringen van het ziekenfonds lopen, mag u geen enkele arbeid verrichten. Wilt u terug aan het werk, dan raadpleegt u altijd eerst uw adviserend geneesheer.

ARBEIDSONGEVAL EN ARBEIDSWEGONGEVAL

Deze wet vergoedt de opgelopen economische schade. De verzekeraar berekent de vergoeding gebaseerd op het basisloon dat men gedurende de periode van één jaar vóór het ongeval verdiende. Men houdt men rekening met het effectieve loonverlies, de leeftijd, herplaatsingsmogelijkheden, concurrentievermogen. De arbeidsongeschiktheid kan geheel of gedeeltelijk zijn, met een tijdelijk of definitief karakter. Om de letsels definitief te verklaren, mag er geen evolutie zijn en mag de behandeling niet meer leiden tot belangrijke verbeteringen. Men spreekt dan van consolidatie. Vanaf de eerste dag na het ongeval tot de consolidatie bedraagt de vergoeding 90% van het basisloon. Na de consolidatie : 100% bij gehele ongeschiktheid en bij gedeeltelijke ongeschiktheid zal men de vergoeding berekenen overeenkomstig het toegekende ongeschiktheidspercentage. De vergoeding aan 100% kan men optrekken tot 150% als hulp van derden noodzakelijk blijkt. Indien u weer aan het werk wilt gaan, moet u uw verzekeraar op de hoogte stellen en meestal onderzoekt ook uw arbeidsgeneesheer u vooraf. Na de herstelperiode zal uw arbeidsongevallenverzekeraar een regeling tot schadevergoeding voorstellen. Deze regeling gaat voor akkoordverklaring naar u en uw werkgever. Bij betwisting komt de zaak voor de Arbeidsrechtbank. Na wederzijdse bekrachtiging of bij gerechtelijke uitspraak krijgt de regeling een definitief karakter. Na de bekrachtiging of het vonnis volgt er nog een wettelijke herzieningstermijn van drie jaar. U kan desgevallend aan de verzekeraar vragen om 1/3 van de rente uit te betalen in kapitaal. De maatschappij legt die vraag voor aan de Arbeidsrechtbank.

WAT BIJ AANSPRAKELIJKHEID VAN ANDEREN

De Verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid (BA) Naast voornoemde verzekeringen op arbeidsongevallen kan u een schadeclaim indienen bij de tegenpartij als vaststaat dat zij aansprakelijk is. Het kan gaan om lichamelijke, morele of esthetische schade.

Lichamelijke schade

Moet u met medische attesten. Is de tegenpartij verzekerd, dan kan u haar om formulieren vragen waarvan u een deel zelf invult en een ander deel uw arts. De tegenpartij kan zelf een arts afvaardigen om u te laten onderzoeken. Anderzijds kan u ook advies vragen aan uw eigen arts. Leg, alvorens te ondertekenen, een eventuele regeling altijd eerst voor aan uw arts, die kan optreden als vertrouwensarts. Bij geen akkoord volgt een medische expertise. Men spreekt van een minnelijke schikking als beide partijen overeenkomen om een geneesheer aan te stellen, zij verdelen hiervan de kosten en u tekent voor akkoord. Bijstand van uw arts is aan te raden. Is er geen minnelijke schikking, dan stelt de rechter een geneesheer deskundige aan. Deze legt zijn onpartijdig verslag voor aan het gerecht en de beide partijen. De gerechtsprocedure kan vrij lang duren, maar de lopende kosten dienen vergoed. De meeste verzekeraars ondertekenden een Conventie Versnelde Vergoeding Lichamelijke Letsels. Als slachtoffer moet u de onkosten in de mate van het mogelijke beperken. Vraag raad aan uw arts, kinesitherapeut, ergotherapeut en/of verzekeraar. Houdt facturen en onkostennota’s goed bij en zendt nooit originelen op zonder eerst kopieën voor u zelf te maken.

Morele schade

Bij verwondingen met tijdelijke werkonbekwaamheid omvat morele schade meestal de pijnen die men geleden heeft, de langdurige ziekenhuisopname en de gevoelens van smart die men ondervindt bij het zien lijden van zijn nabestaanden. De vergoeding is o.a. afhankelijk van de duur. Meestal wordt men vergoed per geleden dag en in relatie tot de lichamelijke letsels. Blijvende werkonbekwaamheid behelst blijvende hinder tengevolge van het ongeval. De vergoeding is afhankelijk van het percentage blijvende arbeidsongeschiktheid. Bij overlijden worden de nabestaanden vergoed voor het verlies van hun gezins- of familielid. De vergoeding is afhankelijk van de leeftijd van het slachtoffer en of zij er al dan niet emotioneel en financieel afhankelijk van zijn. Indien het slachtoffer heeft geleden vooraleer te overlijden, zal men een bijzondere vergoeding berekenen.

Esthetische schade

Wie door een ongeval wordt gekwetst, blijft soms levenslang zichtbare sporen overhouden. Plastische chirurgie kan niet alle littekens wegwerken. Littekens die zichtbaar blijven na de genezing, omschrijft men als esthetische schade. Factoren als leeftijd, beroep, geslacht, plaats en uitzicht van littekens spelen mee in de berekening van de vergoeding. Foto’s kunnen heel nuttig zijn en het medisch verslag een goede aanvulling.

Ontslag wegens dringende reden. Wanneer en onder welke voorwaarden?

Elke partij in de arbeidsovereenkomst kan deze overeenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn beëindigen om een dringende reden die aan het oordeel van de rechter wordt overgelaten.

Onder dringende reden wordt verstaan de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddelijk en definitief onmogelijk maakt. In de rechtspraak werd geoordeeld dat deze tekortkoming moet voortspruiten uit een kwaadwillig opzet in hoofde van één van de partijen.

De partij die een dringende reden inroept, dient hiervan het bewijs te leveren. Het inroepen van deze dwingende reden is ook aan termijnen gebonden. Vanaf het ogenblik dat de tekortkoming bekend is aan de partij die zich hierop beroept heeft zij slechts drie werkdagen de tijd om een ontslag wegens dringende reden te geven. Binnen de drie werkdagen nadat het ontslag werd gegeven dient men kennis te geven van de reden die aanleiding heeft gegeven tot het ontslag.

De partij bij de arbeidsovereenkomst die het slachtoffer is van een onrechtmatig of onwettig bevonden ontslag wegens dringende reden kan aanspraak maken op een forfaitaire opzeggingsvergoeding.

Mathematisch profiel van het onderhoudsgeld voor kinderen

INLEIDING

Beide ouders zijn aan hun kinderen levensonderhoud, opvoeding, en een passende opleiding verschuldigd ( art. 203 B.W. ) Dit blijft alzo inderdaad, indien de ouders niet meer samenleven. De ouder, bij wie het kind feitelijk verblijft, zal zijn onderhoudsplicht in natura vervullen door doorlopend de kosten en lasten van het kind te dragen. De andere ouder is gehouden zijn bijdrage te leveren door het betalen van een onderhoudsgeld voor de kinderen.

Hoe hoog moet deze bijdrage zijn ? Art. 303 B.W. bevat het principe dat beide ouders bijdragen naar evenredigheid van hun middelen. Voor de rest zwijgt de wet en laat aan de rechter een ruime appreciatiebevoegdheid toe. Dit leidt in de praktijk tot onbillijke uitspraken ,die vaak op ongeloof worden onthaald. Bestaat er dan geen objektieve manier om het onderhoudsgeld voor de kinderen vast te stellen ? Vele instanties wensen een schaal van onderhoudsgelden, zoals trouwens reeds bestaat in Nederland en Duitsland .

In opdracht van de algemene directie der sociale zaken van het ministerie van de Franse Gemeenschap, werd in 1985 een studie uitgevoerd omtrent de kostprijs van de opvoeding van kinderen. Op basis van de resultaten van deze studie uitgevoerd omtrent de kostprijs van de opvoeding van kinderen.Op basis van de resultaten van deze studie , heeft de auteur ervan, Roland RENARD, een berekeningsmethode ontwikkeld om op een wiskundige manier, gebaseerd op objektivieve, meetbare gegevens , het onderhoudsgeld voor de kinderen vast te stellen. Het ontwikkeld model is blijkbaar dermate gezaghebbend , dat bepaalde rechtspraak expliciet en rechtstreeks van deze methode gebruik maakt om de hoogte van het onderhoudsgeld te bepalen.

Deze bijdrage strekt er toe de methode van RENARD aan te passen. Let wel, de methode is geen wetenschappelijkel wetmatigheid en zeker geen juridische norm. Ze is zowel bedoeld als referentiepunt voor hen die in de praktijk met dit probleem te maken krijgen , zowel ouders in E.O.T. als rechters. Het is dan ook verheugend dat de studie en het model niet verworden zijn tot een louter intellectuele denkoefening , maar in de praktijk reeds toepassing hebben gekregen. Zo heeft het Hof van Beroep te Mons zich in elke recente arresten rechtsreeks gebaseerd op het model om in een concreet geval het onderhoudsgeld vast te stellen ( Mons 9 januari 1992 L.L.M.B. 1992, 485 ) Het Hof stelde vast dat ter zake geen jurisprudentiele normen bestonden en dat de bedragen die de partijen naar voren brachten, willekeurig en oncontroleerbaar waren . Bijgevolg moet men zich baseren op betrouwbare en wetenschappelijke studies. Het model van Renard voldoet in beginsel aan deze criteria.

Toch lijkt het gepast om naast de algemene goedkeuring waarop het arrest moet worden onthaald , enkele nuances te plaatsen . Vooreerst is er in Vlaanderen nog een rechtspraak bepaald, die expliciet van deze materie een toepassing maakt. Het zou ook lichtzinnig en blind zijn om zich op deze theorie blindelings te richten. De auteur van de studie zelft waarschuwt daarvoor.

Het model biedt geen wetenschappelijke zekerheid en is geen juridische norm. De cijfers van de studie geven den gemeenschappelijke kost weer, gerelateerd aan de leeftijd van kind en het inkomen van de ouders. Dit belet niet dat elke concrete situatie anders is. Bepaalde omstandigheden kunnen aan ander bedrag aan onderhoudsgeld rechtvaardigen, zoals extra hoge kosten voor de gezondheidszorg van het kind, specifieke scholing enz.

Het probleem, zoals het Hof stelt, is dat de ouders de werkelijke kost van de kinderen meestal niet kennen en geen controleerbare bewijskrachtige gegevens aanbrengen, waarop hun aanspraken zijn gevestigd. Mocht dit wel het geval zijn, dan moet aan de moeilijke situatie voorrang worden verleend boven de theoretische kostprijs.

Het model gaat uit van de onveranderlijkheid van de theoretische en de directe kost, ongeacht de hoogte van het inkomen. Een directe kost van 17% blijft overanderd 17%, zowel in een gezin met een laag inkomen als met een hoog inkomen. Achterliggend idee is dat de ouders geacht worden hun levensstandaard te delen met de kinderen. Wie echter de aangereikte coëfficienten en percentages toepast op zeer hoge inkomens ( bvb 3.000.000 fr. ) , komt aan hallucinante bedragen voor onderhoudsgeld, die met de werkelijkheid in geen enkel opzicht nog overeenkomen.

Geconfronteerd met dit probleem stelt de heer RENARD dat de coëfficienten moeten toegepast worden op het effectieve gezinsbudget. Bij een gemiddeld gezinsinkomen komt dit budget grosso modo overeen met de inkomsten. Bij zeer hoge inkomens beslaat het budget slechts een deel daarvan. Het restant wordt gespaard of belegd op een of andere manier.

Een ander deikaat punt van het model blijkt dat het in rekening brengen van de hoede- en bezoekregeling. Het model gaat er van uit dat bvb. een bezoekrecht gedurende 20 % van de tijd, automatisch 20 % van de totale opvoedings- en onderhoudskost met zich meebrengt door de bezoekouder op directe wijze gefinancierd. Ook dit lijkt geen vanzelf- sprekendheid en moet geval per geval worden bekeken. Zo kwam het Hof te Mons tot het besluit dat, in het geval dat voorlag, de relatie van de vader ( bezoekrecht ) met zijn kinderen, geen aanleiding gaf tot enige vorm van directe financiering door de vader. Dit moest bijgevolg niet in rekening gebracht worden.

Besluitend kunnen we stellen dat het model een zeer welkom hulpmiddel is en referentiepunt is voor het vaststellen van het onderhoudsgeld voor de kinderen, daar waar controleerbare en aanwijsbare gegevens omtrent de werkelijke kost van het kind ontbreken. Tevens blijft het wachten op verdere toepassingen er van in de rechtspraktijk.

h.a.

Hoe mijn aanslagbiljet van de belastingen aanvechten?

In de oude procedure moest de belastingplichtige die zijn aanslag betwistte een bezwaarschrift neerleggen. Hij moest wachten tot de belastingdirecteur een beslissing nam. Dit had de waarde van een vonnis. De fiscus was dus rechter in de eigen zaak. Dit kon jaren duren en nadat de beslissing was gevallen kon naar de enige onpartijdige rechter worden gestapt: destijds het Hof van Beroep.

In de nieuwe procedure heeft de belastingdirecteur zes maanden de tijd om zich over een bezwaarschrift uit te spreken. Zodra hij zijn beslissing heeft kenbaar gemaakt, of als hij geen uitspraak doet binnen zes maanden, kan de belastingplichtige naar de Rechtbank van Eerste Aanleg trekken (en later eventueel naar het Hof van Beroep).

Gedurende die periode van maximum zes maanden kunnen de fiscus en de belastingplichtige wel nog een gesprek aanknopen om een onnodig proces te voorkomen.

Op die manier krijgt de belastingplichtige sneller toegang tot de Rechtbank.

Het is aan te raden om bij de minste twijfel een bezwaarschrift in te dienen. Zolang de belastingdirecteur geen uitspraak heeft gedaan, kunt U daarna nog extra bezwaren formuleren. Verwerpt hij uw bezwaarschrift dan kunt U alsnog nieuwe bezwaren aan de Rechtbank van Eerste Aanleg voorleggen.

Om in mensentaal wegwijs te geraken in deze procedure, raadpleeg bijvoorbeeld “Budget en Recht”, uitgegeven door Test Aankoop.

U kunt ook voor meer inlichtingen en het voeren van een procedure terecht bij ADVOCATENKANTOOR VAN LOO , bel 0475/457.814.

22/02/2000

Vul zelf uw belastingaangifte in

Hij staat weer voor de deur! Wie, hoor ik u al denken. Ik heb het over de zomer. De mooiste tijd van het jaar, niet ? Mooi weer, barbeque in de tuin, vakantie enz.

Kortom, iedereen loopt er die tijd goed geluimd bij.

Maar laat ik u onmiddellijk uit uw zwoele dromen halen, want wat vindt u rond die tijd steevast in uw brievenbus ? De titel bovenaan dit stukje verraadde het al, uw belastingaangifte. Voor velen onder u een ware kwelling. Hoe begin ik eraan ? Elk jaar ziet dat ding er ook anders uit, zijn er zaken verdwenen of rubrieken bijgekomen of verplaatst.

De gezinstoestand en het inkomen invullen lukt meestal nog, maar wat als er zaken als leningen bij komen, levensverzekeringen, pensioensparen enz. ? Wat mag of kan ik aftrekken en hoeveel ? Kan ik mijn kilometers van en naar het werk niet inbrengen ? Niemand betaalt graag een Euro te veel en zeker niet aan de Fiscus.

Vandaar enkele nuttige tips om zelf uw aangifte in te vullen :

De letters die u op uw loonfiche terug vindt, vindt u ook terug op uw aangifte, bv. : de T en de Z.

U neemt gewoon de cijfers over. Onder de code 250, de letter T dus, en de code 286, de letter Z.

Maak daarna de optelling van de mogelijk verschillende bedragen die u daar invult.

Voor alle andere codes is er slechts plaats voorzien voor één getal en dient u eventueel meerdere bedragen vooraf op te tellen.

Twee bedragen daar vermelden maakt uw aangifte ongeldig.

De vrijstelling woon-werkverkeer bedraagt 150 €.

Dit is code 255, tenzij het bedrag in code 254, letter V, lager is dan 150 €.

In dit geval neemt u dat bedrag als vrijstelling.

Wat de werkelijke beroepsonkosten betreffen, dit is code 258, mag u 0,15 € per kilometer van en naar het werk inbrengen.

Vermenigvuldig dit met het aantal kilometers per dag en het aantal werkdagen.

Het bedrag dat u dan bekomt moet wel hoger zijn dan het wettelijke forfait, anders heeft het geen zin.

Het wettelijk forfait krijgt u automatisch toegekend en wordt hoger naarmate uw loon stijgt.

Intresten van hypothecaire leningen aangegaan voor een nieuwbouw afgesloten na 30/04/1986 en dit om uw énige woning te bouwen, vermeldt u onder code 138.

U geniet dan een verhoogde intrestaftrek.

Vergeet dan ook zeker niet de codes 140 t/m 144 in te vullen.

De kapitaalaflossingen van diezelfde leningen worden steeds vermeld onder de rubriek bouwsparen.

U moet enkel letten op de datum van het afsluiten van de lening.

Hetzelfde geldt voor de premies, gedaan voor de schuldsaldoverzekering.

De premies voor een gewone levensverzekering vermelden we bij lange termijnsparen.

Misschien ook nog een woordje uitleg over de kinderopvang.

Dit mag in vergelijking met vroeger volledig worden ingebracht, doch slechts tot een maximum van 11,20 € per dag en per kind.

Bedrijfsvoorheffing (Het K.B van 15 december 2005)

Het K.B. van 15 december 2005 vervangt bijlage III van het KB/WIB 92. De nieuwe bijlage bepaalt de schalen en regels die van toepassing zijn om de bedrijfsvoorheffing vast te stellen bij de bron verschuldigd op inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2006.

Het besluit is van toepassing op de vanaf 1 januari 2006 betaalde of toegekende inkomsten.

Koninklijk Besluit van 15 december 2005 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van bedrijfsvoorheffing (B.S., 28 december 2005)