Grootouders en kinderen

Recht op persoonlijk contact!? Kinderen mogen niet meer naar hun grootouders. Het gebeurt meer dan je denkt. De vakantie kan bij voorbeeld een gelegenheid zijn om kleinkinderen bij te houden en te verwennen, denken opa en oma. Of in de weekends. Of op woensdagnamiddag. Maar wat als je kleinkinderen niet (meer) komen opdagen? Wat is hiertegen te beginnen? Welke mogelijkheden heb je om je kleinkinderen te zien? Neem nu het geval van Robert en Chris.

Anja blijft weg.
Op een bepaald ogenblik zagen Robert en Chris hun kleindochter niet meer. Eerst bleef zij weg met een weinigzeggende verontschuldiging van de ouders. Na enkele tijd konden er zelfs geen excuses meer af. Alleen een kortaf ‘dat Anja niet meer bij haar grootouders zou komen’. Dat sleept nu al een paar maanden aan. Bestaat er niet iets als ‘‘recht op persoonlijk contact’’? Jeugdrechters worden regelmatig met dergelijke problematiek geconfronteerd. Robert en Chris, die al sinds maanden geen contact meer hadden met hun kleindochter Anja, wendden zich tot de jeugdrechtbank. Zij dienden er een verzoekschrift in opdat, ondanks verzet van de ouders, hun het recht op persoonlijk contact zou worden toegekend.

Belang van het kind

Bezoekrecht ontnemen
Het is in die context dat de jeugdrechtbank het nodig achtte om aan deze belangrijke principes te herinneren in volgende bewoordingen, dat : “… het, voor het evenwicht en voor de vorming van de persoonlijkheid van een jong kind, belangrijk is dat het zich kan situeren in verhouding tot zijn herkomst en de affectie kan ontvangen van zijn ascendenten. Het is ook belangrijk voor de opvoeding dat kinderen, door het voorbeeld van hun grootouders en ouders, de gevoelens van respect en waardering leren kennen die zij op hun beurt voor deze laatsten moeten betonen. De nieuwe wettelijke beschikkingen kennen dit recht toe aan de persoonlijke contacten dat daarvoor door de rechtspraak aan de grootouders was toegekend. Dat nochtans, het belang van het kind, subject en niet voorwerp van het recht, de maatstaf moet zijn voor de rechten van de ascendenten.”

In het burgerlijk wetboek kan je niet naast het nieuwe artikel 375 bis. Dit is heel duidelijk en schrijft uitdrukkelijk “dat grootouders het recht hebben persoonlijk contact met het kind te onderhouden”. We voegen eraan toe dat de Belgische wetgever de noodzaak inzag om dienaangaande een wet goed te keuren. Op het eerste gezicht handelt deze wet over een volkomen natuurlijk recht van de grootouders tegenover hun kleinkinderen. Bij het ontbreken van een overeenkomst tussen de verschillende partijen, is de uitoefening van het recht geregeld in het voordeel van het kind. Dit gebeurt door de jeugdrechtbank op verzoek van de partijen of van de Procureur des Konings. De jeugdrechtbank, bevoegd om zich over dergelijke zaken uit te spreken, zal er alles aan doen om steeds bijzondere aandacht te schenken aan het belang van het kind.

Grootouders kunnen theoretisch eisen om hun kleinkinderen regelmatig te zien. De ouders kunnen hiertegen geen verzet aantekenen. Doen zij dit toch, dan moeten zij kunnen bewijzen dat de toepassing van dit recht niet strookt met de belangen van het kind. Het zou kunnen dat de grootouders systematisch de ouders van hun kleinkinderen beledigen wanneer deze op bezoek komen. Dit recht kan eveneens worden ontnomen als één van de grootouders vroeger zware veroordelingen opliep of samenwoont met een persoon van twijfelachtige zeden.

Minnelijke schikking
Grootouders die zich benadeeld voelen, moeten eerst een minnelijke schikking overwegen. Zij moeten rekening houden met hun eigen interesse en die van de kleinkinderen. Reageren de ouders negatief om tot een minnelijke schikking te komen, dan kunnen de grootouders naar de jeugdrechtbank stappen om alsnog bezoekrecht te verkrijgen. De bevoegde rechter zal in die omstandigheden bepalen welke de frequentie zal zijn van de ontmoetingen (over het algemeen 1 dag per maand) en verbindt desgevallend voorwaarden aan het bezoekrecht (bv. de afwezigheid van bepaalde personen). De jeugdrechter kan het recht op persoonlijk contact met de grootouders intrekken, wanneer dit strijdig is met de belangen van het kind en het de rechten van de ouders schaadt. Zeker niet toegelaten is het feit dat grootouders het recht op persoonlijk contact misbruiken om de ouders in een negatief daglicht te stellen. De kleinkinderen principes voorhouden die niet door vader en/of moeder wordt voorgehouden, kan evenmin. Robert en Chris, die een versnelde procedure inleidden, namen een laakbare houding aan in de relatie tot hun kinderen, oordeelde de rechtbank. De grootouders gebruikten op de zitting het kind als pasmunt door te stellen dat zij het bij meerderjarigheid zouden adopteren. Dit resulteerde in weinig respect van hun eigen kinderen. De rechter kon slechts één beslissing nemen, nl. een uitvoerbaar vonnis weigeren en niet ingaan op de vraag van de grootouders. Hij overwoog eerst het conflict tussen grootouders en dochter en schoonzoon bij te leggen en oordeelde dat het kind niet als inzet kon worden gebruikt.

Bezoekrecht niet alleen voor familie
Andere personen dan de grootouders kunnen het recht hebben op persoonlijk contact met het kind. Komen hiervoor in aanmerking : broers en zusters, adoptiefouders en elke andere persoon die een speciale gevoelsband met het kind kan bewijzen. Zelfs personen die geen enkele familieband met het kind hebben zoals bv. vroegere vrienden van de ouders. Het gebeurt vaak dat een vroegere levensgezel of -gezellin van een van de ouders af en toe wenst een kind te ontmoeten waarmee hij of zij soms gedurende jaren samenleefde. De rechters kennen hun dikwijls dit recht toe.

Bron: Libelle 02/03/2001

Comments are closed.